Struinen.html
Struinen.html

Hoe Lang is een Chinees?

Dat de 21ste eeuw de Eeuw van Azië zal worden is inmiddels oud nieuws. De vraag is hoe de Oude Wereld daarop reageert. Nederland heeft hier een unieke kans om een eeuwenoude traditie van internationale (handels) oriëntatie opnieuw op de wereldkaart te zetten. Nederlanders waren ooit de eerste en enige westerlingen die via Deshima toegang kregen tot Japan. En de neus voor strategische locaties blijkt uit het stichten van Nieuw Amsterdam op het Amerikaanse continent. Nederland is altijd een nichespeler geweest met het handelsbelang voorop en is dat nog steeds. In Noord-Brabant leveren ASMI en de Eindhovense regio de chipsets voor nagenoeg alle smartphones. In Rijnsburg wordt de high tech navigatie ingebouwd in de auto’s die voor Google Maps (of hun concurrent) de wereld in 3D in kaart brengen. Zo zou Nederland ook op sociaal-cultureel gebied het gat in de markt kunnen invullen dat wordt geslagen door de toenemende dominantie van Aziatische invloed. China is nu al de grootste schuldeiser van de Verenigde Staten, en doet nu strategische aankopen in kwijnende Eurolanden. Het zijn net de Dolle Dwaze Dagen, maar dan met één koper.

In die zin heeft Nederland meer gemeen met het pragmatische Azië dan op het eerste gezicht lijkt. ‘Het maakt niet uit of kat zwart of wit is, als hij maar muizen vangt.’ Deze uitspraak van partijsecretaris Deng Xiao Ping is tekenend voor het pragmatisme waarmee China de transitie van een gesloten, geleide economie maakt naar een nieuwe economie. Bij dit pragmatisme hoort een langetermijn-scope; de verandering wordt gemeten in generaties, niet in kabinetsperiodes van vier jaar. Studenten uit het vasteland van China worden massaal naar het buitenland gestuurd; zij zullen anders terugkeren, met andere waardenpatronen en ervaringen. Dat nemen zij mee in hun werk en leven, waar ook ter wereld. De focus op handelsbelangen en de pragmatische positie die daarbij hoort, kan heel goed worden gebruikt om strategieën te verzinnen waarmee je als klein land succesvol kan zijn. Die lessen zouden wel eens een cultuurschok kunnen betekenen.

Voor de vuist weg noem ik een aantal tips:

Denk niet in gelijkheid, maar in ongelijkheid. Hiërarchie schept ook duidelijkheid.

Familiebanden tellen zwaarder dan vriendschappen.

Problemen los je zelf op, niemand anders zal je daarbij helpen.

Een reis van duizend mijl begint met één stap.

De ene generatie plant een boom, de volgende generatie geniet van de schaduw.

Opleiding is de ‘civil religion of society’.

Harmonie en groei in familieverband is de basis voor de maatschappij. Zoals bonsai een metafoor is voor een landschap, is het thuis en het gezin dat voor de samenleving.

Schaamte en nederigheid is een deugd en het begin van beschaafd en verantwoordelijk gedrag.

 

Hoe (Hol)lands is een Chinees?

Het is nu ook wetenschappelijk aangetoond: Chinezen zijn de ideale schoonzonen en -dochters als het gaat om immigratie. Ze zijn succesvoller dan andere migranten op nagenoeg alle vlakken; opleiding, werk, maatschappelijke status. Het Sociaal en Cultureel Planbureau bevestigde dit in een onderzoek naar aanleiding van het feit dat honderd jaar geleden de eerste Chinese migranten zich in Nederland vestigden.

En we (w)eten het eigenlijk al: in het Chinees Indisch specialiteiten restaurant Tong Au staat een steeds ouder wordend gezin achter de bar en in de keuken. De kinderen die nog inwonend zijn, helpen in de zaak terwijl de studieboeken geneeskunde naast de tap staan. Hoe lang duurt het nog voordat het laatste menuutje A en sambalbai door de zaak wordt omgeroepen?

Het succes van Chinese migranten is door meer onderzoekers onderzocht. Samen met joodse en hindoestaanse migranten zijn zij wereldwijd het succesvolst. Het recept is steeds hetzelfde. De eerste generatie komt aan in het gastland en bouwt een bestaan op in de kleinschalige handel. Eventuele financiële steun wordt gegeven door de familie in het thuisland. De Chinese restaurants die in de 20ste eeuw in nagenoeg elk Nederlands dorp werden geopend, zijn daarvan voorbeelden. Volgens een vast format. De koks leerden hoe de gerechten moesten worden gemaakt volgens de Nederlandse smaak. Deze restaurants zijn uniek in de wereld. Probeer maar eens in Beijing een portie babi pangang speciaal te bestellen...

Het ultieme voorbeeld van integratie is de Chinese tomatensoep, die je inderdaad alleen in Nederland zo kunt eten. Unox adverteert er nu zelfs mee op billboards; alleen verkrijgbaar in Nederland!

Het stereotiepe beeld van de hardwerkende ouders, die alles over hebben voor een zo hoog mogelijke opleiding van hun kinderen, klopt. Tot zo ver niets nieuws. Hard werken, uren maken, het zijn manieren van leven die met de rijstlepel zijn ingegoten. De keuze voor vrije beroepen als arts, tandarts, advocaat is ingegeven door het feit dat dit de grootste garantie biedt voor financiële zekerheid. Het bezit van grond was vaak verboden voor Chinese migranten, en als je bezit had kon de staat dat altijd onteigenen.

Dat Chinezen als groep weinig aandacht vroegen, paste goed in de verzuilde traditie van de Nederlandse samenleving. Alleen in eigen kring bestaat een grote verbondenheid. Het was geen grote mentale stap om hier de Chinese zuil aan toe te voegen. Stereotypering van de Nederlandse Chinezen was hier het logische gevolg van. Dat de meeste Chinezen in Nederlandse restaurants Kantonees spreken, een zuidelijk dialect dat zich tot Mandarijn verhoudt als Italiaans tot Zweeds? Geen idee. Dat er ook Chinezen uit de voormalige koloniën naar Nederland kwamen, die al generaties lang op Nederlandse leest waren geschoold? Onbekend. Wat het verschil is tussen Taiwanezen, Chinezen en Vietnamezen, behalve de maat van de loempia’s? Nooit over nagedacht.

Chinezen zijn een integratievolk. Ze hebben zich echter zo goed aan het nieuwe land van aankomst aangepast, dat de focus op het thuisland verdween. Thuis werd het dialect gesproken: omdat de emigratie-Chinezen meestal kustvolkeren waren die de gelegenheid hadden om met een boot het continent te verlaten, spraken zij vaak andere varianten van het Chinees dan het Mandarijn, dat in Peking werd gesproken.

Dat het Mandarijn het Engels van de 21ste eeuw zal worden (zoals het Frans de common language was in de 18de en 19de eeuw), daar hebben de Chinese migranten geen aandacht voor gehad. Kinderen van de eerste generatie restaurantchinezen spreken op z’n best het lokale dialect, en als dat geen Mandarijnvariant is, is het spreken van Mandarijn voor hen een even grote opgave als voor Henk en Ingrid. Het geschreven Chinees is universeel en uniform in heel China; maar de meeste kinderen hebben alleen Chinees leren spreken, niet schrijven.

Je kan dus ook te veel integreren. Sterker nog, als ik naar China ga, verwacht men dat ik Chinees spreek en de gewoonten ken. De gemiddelde Hollander heeft hier een voordeel op mij, als etnisch Chinees!

Yung Lie was van 2005 tot 2010 voorzitter van de Stichting Chinatown Den Haag. Hij is om principiële en praktische redenen nog nooit in China geweest, maar wordt wel vaak gevraagd als ‘Chinezen-in-Nederland’-deskundige.

Bronnen

Tu Wei-Ming, The Confucian World (1999)

The Magic of Diasporas, The Economist (2011)

100 jaar Chinezen in Nederland

Yung Lie