Augustus 1999, Brief aan mezelf


Lieve volwassen ik,

Jij bent nu groot, 33 als je dit leest. Je mag dit niet eerder lezen. Want dan telt het niet. Dan ben je nog teveel hetzelfde zoals ik nu ook ben. En het is belangrijk dit te lezen als je volwassen bent. Het is belangrijk omdat je dan vergeten bent wie je was, en hoe je was en wat je was.

Wat ben ik nu? Ik ben 11, Ben ik dat? Ik weet niet wat ik ben, maar wel jong, een kind, dat is waar. Ik denk dat als je dit leest je heel goed weet wie je bent. Dat je denkt dat je weet wie je bent. Als ik om me heen kijk zie ik zoveel volwassenen die denken dat ze weten wie ze zijn. Mamma denkt dat ze heel goed weet wie ze is, maar ik weet niet zeker of ze dat wel meent.

Wat ik wel weet is dat jij straks gaat vergeten wat het is om kind te zijn. Veel volwassenen vergeten dat. Henk niet, Henk is nog een kind, hij speelt. Ook al is hij soms heel serieus en dan gaat hij anders praten en voorover zitten. Dat ziet er heel grappig uit. 

Ik wil ik je een brief schrijven want weet zeker dat ik dit ga vergeten. Ik weet niet waarom ik dit weet maar ik weet het zeker. Mamma zei dat je altijd een beetje kind blijft. Maar dat geloof ik niet. Misschien een heel klein beetje en af en toe.

Henk zei laatst dat kinderen veel wijzer zijn dan volwassen. Maar ik denk niet dat dat zo is. Kinderen zijn net zo zoals volwassenen, net zo dom en net zo slim. Maar ze houden wel van andere dingen. Ik wil niet vergeten waar ik van houd. Want misschien word ik wel heel teleurgesteld. Volwassenen zijn heel teleurgesteld. Misschien omdat ze niet hebben wat ze wilden hebben en vroeger alleen konden dromen, dus dan was het niet erg. 

Ik wil nooit vergeten dat ik hou van spelen. Zoals ik met mijn boerderij dieren verhalen maak. Dat ik in alle bomen van de tuin alle takken ken en met ogen dicht kan klimmen. En dat ik een kaboutertuin maak waarin nu zelfs paddenstoelen groeien.

Ik weet niet of ik wijs ben, maar ik denk het wel. Jij vindt mij straks waarschijnlijk heel schattig en dan schaam je je. Ik schaam me ook als ik lees wat ik vroeger scheef. En toch, dit is belangrijk. Dat ik dit niet vergeet.

Hoe ben ik als ik jou ben? Groot en met een man en misschien wel met kinderen, in een vreemd huis wat helemaal niet vreemd is. Ik ben zo bang dat je vergeet wie ik ben. En dat je dan dat gaat geloven wat iedereen gaat geloven. Misschien zijn daar kinderen wel anders in, dat ze hun eigen dingen geloven. En toch, ik geloof eigenlijk wel wat pappa en mamma geloven. Ik vind het best moeilijk niet te geloven wat zij geloven. Dat weet ik. Veel kinderen geloven wat hun ouders geloven. Maar ik vind het niet erg dat mijn ouders geloven wat ik ook geloof.

Ik hoop dat je gelukkig bent. Ik hoop dat er mensen zijn die je echt kennen. Ik hoop dat je dit niet raar vindt. Ik vind dat je dit niet raar mag vinden, want dit is nu wat ik ben. En ik hoop dat je het weer weet als je dit leest.

DaLuca, 11 jaar.

Struinen.html
Struinen.html